Kers

Rassen

Zoeten kersenrassen:


Er bestaan zeer veel zoete kersenrassen. Omdat diverse instellingen in verschillende landen gericht werken aan de ontwikkeling van nieuwe rassen, komen er nog steeds nieuwe rassen met verbeterde eigenschappen bij.

De rassen kunnen worden onderverdeeld naar rijptijd. De rijptijd tussen de rassen varieert en wordt wel aangegeven met kersenweken. De allervroegste rassen rijpen in de eerste kersenweek. De eerste kersenweek begint in Nederland rond 1 juni. Voor de eerste kersenweek zijn echter nog steeds geen goede commercieel bruikbare rassen beschikbaar, zodat het kersenseizoen feitelijk pas begint bij de tweede kersenweek.

Ook kan onderscheid worden gemaakt naar de kleur van de vruchten. De kleur kan variren van zuiver geel tot zwartrood, met alle denkbare schakeringen daartussen. Rassen met gele tot roodgele vruchten zijn vrijwel van het toneel verdwenen omdat deze er optisch minder aantrekkelijk uit zien en daardoor niet worden gevraagd. Daarom vinden we in de commercile teelt alleen rassen met rode tot zwartrode vruchten.

Het rassenassortiment heeft de laatste jaren grote wijzigingen ondergaan als gevolg van de komst van nieuwe grootvruchtige rassen met sterk verbeterde eigenschappen ten opzichte van de oudere rassen. Enkele goede moderne zoete kersenrassen voor de teelt in Nederland zijn:

  • Burlat (ofwel Bigarreau Burlat): Rijpt vroeg (2de/3de kersenweek). Tamelijk grote donkerrode vruchten met tamelijk zacht vruchtvlees. Goede smaak. Springt gemakkelijk na regen. Bloeitijd vroeg tot middenvroeg, S-allelen: S3S9.
  • Merchant: Rijpt tamelijk vroeg (3de/4de kersenweek). Tamelijk grote tot grote donker gekleurde kersen. Zeer productief; neigt soms tot overproductie waarbij de vruchtgrootte dan achter blijft. Goede smaak. Bloeitijd vroeg tot middenvroeg, S-allelen: S4S9.
  • Sumgita (merknaam Canada Giant): Rijpt middentijds (4de kersenweek). Zeer grote hartvormige rode kersen met een mooie glans aan een lange vruchtsteel. Bloeitijd middenlaat, S-allelen: S1S2.
  • Vanda: Rijpt middentijds (4de kersenweek). Grote enigszins gevlekte helder- tot donkerrode vruchten. Zeer goede smaak. Bloeitijd vroeg tot middenvroeg, S-allelen: S1S6.
  • Techlovan: Rijpt middentijds (4de/5de kersenweek). Grote donkerrode vruchten met korte vruchtsteel. Zeer goede smaak. Bloeitijd middentijds, S-allelen: S3S6.
  • Oktavia: Rijpt middentijds tot tamelijk laat (6e kersenweek). Tamelijk grote tot grote mooie glanzende donkere vruchten. Zeer goede smaak. Tamelijk gevoelig voor barsten. Bloeitijd middenlaat, S-allelen S1S3.
  • Kordia (merknaam Attika): Rijpt tamelijk laat (6de/7de kersenweek). Grote hartvormige diep donkerrode vruchten met een goede bewaarbaarheid, 2 tot 3 weken in een koelcel of 6 tot 8 weken onder CA-bewaring, en een zeer goede aromatische smaak. Bloeitijd middenlaat, S-allelen: S3S6. En van de beste rassen van dit moment.
  • Karina: Rijpt laat (7de kersenweek). Zeer productief ras met grote roodbruine vruchten met tamelijk lange vruchtsteel. Bloeitijd middenlaat, S-allelen: S3S4. Goede bestuiver voor Regina.
  • Regina: Rijpt zeer laat (8ste kersenweek). Grote tot zeer grote diep donkerrode vruchten met lange vruchtsteel. Goede smaak. Stelt hoge eisen aan een goede bestuiving en kan dan zeer productief zijn. Bloeitijd laat, S-allelen: S1S3. En van de beste rassen van dit moment.
Door de komst van deze nieuwe rassen verdwijnen veel oude rassen langzaam van het toneel. Voorbeelden van dergelijke oude rassen zijn:
  • Fruheste der Mark: Rijpt zeer vroeg (1ste kersenweek). Helaas hebben de vruchten geen kwaliteit. Bloeitijd vroeg, S-allelen: S2S3.
  • Early Rivers (ofwel Vroege Duitse, ofwel Lindekers): Rijpt vroeg (2de/3de kersenweek). Matig grote donkerbruin-rode kersen met zacht vruchtvlees. Goede smaak. Weinig gevoelig voor barsten. Bloeitijd vroeg tot middenvroeg, S-allelen: S1S2.
  • Frhe Rote Meckenheimer: Rijpt vroeg. Tamelijk grote donkere glanzende vruchten met lange vruchtsteel. Tamelijk tot zeer barstgevoelig. Redelijke smaak. Bloeitijd vroeg, S-allelen: S1S4.
  • Mierlose Zwarte (ofwel Udense Zwarte): Rijpt middentijds tot tamelijk laat. Vrij kleine enigszins hartvormige zwartrode vruchten. Zacht vruchtvlees met een matige smaak. Bloeitijd middenvroeg, S-allelen onbekend.
  • Varikse Zwarte: Rijpt middentijds tot tamelijk laat. Geeft zeer donkerrode vruchten die snel springen bij regen. Bloeitijd vroeg, S-allelen onbekend.
  • Inspecteur Lhnis: Rijpt tamelijk laat. Donkere kers. Bloeitijd laat, S-allelen onbekend.
  • Wijnkers: Rijpt tamelijk laat. Glanzende donkerrood-bruine kersen. Bloeitijd laat, S-allelen onbekend.
  • Bigarreau Napoleon (ofwel Rouaan): Rijpt laat. Grote bont gekleurde geel-rode (soms bijna rode) kersen. Stevig vruchtvlees met goede smaak indien volledig rijp. Springt gemakkelijk bij regen. Bloeitijd middentijds, S-allelen: S3S4.
  • Hedelfinger Riesenkirsche: Rijpt laat. Grote roodbruine vruchten. Bloeitijd middenlaat, S-allelen: S3S5.
  • Udense Spaanse: Rijpt zeer laat. Gele kers met weinig tot veel rood. Matige tot redelijke smaak. Bloeitijd middentijds, S-allelen onbekend.
  • Ridderoordtsche (ofwel Bigarreau Tardif): Extreem laat rijpend ras, later dan welk ander ras dan ook. De kersen zitten aan zeer lange vruchtstelen. Door een rinzige bijsmaak valt de kwaliteit tegen. S-allelen onbekend.

Soortkruising zoete kers en zure kers:

  • Meikers (Engels: May Duke): Ontstaan uit een soortkruising tussen zoete kers en zure kers. Hij heeft waarschijnlijk zijn naam te danken aan het feit dat de kers vroeger vr de invoering van de Gregoriaanse kalender eind mei rijp was. De huidige kalender is 21 dagen opgeschoven ten opzichte van de oude kalender. De Meikers geeft niet al te grote zachte kersen met een helderrode tot donkerrode kleur. Doordat het hier een kruising tussen de zoete en de zure kers betreft, is de smaak iets zuur, doch lang niet zo zuur als bij zure kersen. Er zijn altijd liefhebbers geweest die de specifieke smaak van de Meikers erg waarderen. Door de zachte vruchten zijn ze slecht vervoerbaar en slecht bewaarbaar. De bomen hebben een kenmerkende steil opgaande groeiwijze met dunne gesteltakken. De boom bloeit overdadig en is gedeeltelijk zelfbestuivend. De vruchtdracht verbetert bij kruisbestuiving. De bomen zijn desalniettemin onregelmatig productief. In een aanplant met meikersen komt het daarnaast regelmatig voor dat bepaalde bomen of bepaalde takken binnen een boom later rijpen dan de rest. Dit worden zogenaamde "volgers" genoemd. De onregelmatige rijping veroorzaakt veel pluk- en sorteerwerk. Hierdoor en door de slechte vervoerbaarheid en bewaarbaarheid, wordt de Meikers in nieuwe beplantingen niet meer aangeplant. De Meikers is in oudere boomgaarden echter nog steeds van lokale betekenis en ook voor particuliere tuinen kan een Meikers interessant zijn. In een particuliere tuin wegen de genoemde nadelen immers minder zwaar en indien er maar ruimte is voor n boom, is het een voordeel dat de Meikers redelijk zelfbestuivend is.

Zure kersenrassen:


De twee bekendste zure kersenrassen voor de teelt in Nederland zijn:

  • Kelleriis nr. 16 (ofwel Morellenfeuer): Pluktijd vroeg. Draagt onregelmatig, in draagjaren goed. Draagt wel regelmatiger dan Morel. Zelfbestuivend. Geeft iets kleinere vruchten dan Morel. Zure smaak. Voornamelijk geschikt voor verwerking.
  • Morel (ofwel Schattenmorelle of Noordkriek) is de bekendse zure kers met de pluktijd na Kelleriis nr. 16. Draagt onregelmatig, in draagjaren goed. Zelfbestuivend. Geeft helderrode tot donkerrode zachte kersen met een zure smaak. Voornamelijk geschikt voor verwerking.