Mammi-appel

Algemeen

De Mammi-appel is een vrucht van een tot 25 meter hoge, groenblijvende, één- of tweehuizige boom met een korte, 0,9 tot 1,2 meter brede stam, een donkerbruine schors en een dichte, brede kroon. De bladstelen zijn tot 2 centimeter lang. De tegenoverstaande geplaatste bladeren zijn dik-leerachtig, aan de bovenzijde glanzend donkergroen, breed-ovaal, gaafrandig en tot 20 bij 10 centimeter groot. De boom draagt na 6 tot 10 jaar gelijktijdig bloemen en vruchten. De kortgesteelde, witte, geurige bloemen zijn 2,5 tot 4 centimeter breed en groeien solitair of met twee tot drie stuks in de bladoksels van stevige takken. Ze bestaan uit 4 tot 6, witte kroonbladeren en oranje meeldraden en/of stampers.

De vruchten zijn tot 20 centimeter grote en tot 1,5 kilogram zware, ronde bessen. De vruchtsteel is dik en tot 4 centimeter lang. De giftige schil is stevig, leerachtig, tot 6 millimeterm dik, lichtbruin of grijzig bruin, dof en ruw. Onder de schil bevindt zich een wittig, droog, zeer bitter vlies dat het vruchtvlees omsluit. Het vruchtvlees is volrijp sappig, zacht-vezelig en oranje of goudgeel van kleur. Bij kwalitatief goede rassen smaakt het vruchtvlees zoetzuur aromatisch en gelijkend op mango’s of abrikozen. Minder goede rassen smaken zeer zuur. De vrucht bevat één (of soms tot vier) houtig, bruin, netvormig geaderd, rond tot ovaal, tot 7 centimeter lang, giftig zaad, dat is vergroeid met een laag kortvezelig vruchtvlees.