Slijmappel

Algemeen

De slijmappel is de vrucht van een in droge tijden bladverliezende, doornige, tot 15 meter hoge boom met een korte stam, een afschilferende schors en uitspreidende takken die soms stekels dragen. De soort is de enige in zijn geslacht en behoort net als de citrusvruchten tot de wijnruitfamilie. De vrucht is een ronde, peervormige of ovale, 5 tot 20 centimeter grote bes met een tot 5 millimeter dikke, harde houtige schil of een min of meer zachte schil. De gladde, doffe schil van de vrucht vertoont fijne kliertjes en verkleurt tijdens rijping van grijsgroen naar geel met bruine vlekken. Het vruchtvlees is bleekoranje, zacht, melig, pappig en sappig. Het ruikt sterk aromatisch en smaakt zoetzuur, iets bitter, harsig en fruitig. Om een vezelige centrale streng liggen acht tot twintig vruchtkamers die met helder, kleverig, zoet sap zijn gevuld. Per kamer liggen tien tot vijftien stuks, circa 1 centimeter lange, afgeplatte, langwerpige zaden.