Witlof

Teelt

De witlofkrop groeit in het donker vanuit de wortel. Tot circa 1975 werd witlof vrijwel volledig onder de grond geteeld. Vanaf eind jaren zeventig werd steeds meer witlof geteeld op stromend water, ook wel 'proceswater' genoemd. Deze teeltmethode vindt nu voor 99% plaats. Bij deze teeltwijze wordt witlof in de open grond gezaaid. Tussen zaai- en oogstperiode van witlofwortels zit gemiddeld 20 weken. De rooiperiode van de witlofwortels is van begin augustus tot eind november. Het blad van de witlofwortel wordt op het land afgesneden, tot het groeibeginsel. Dit groeibeginsel blijft op de witlofwortel zitten, zodat dit tijdens de trek uit kan lopen tot een witlofkrop. De wortels worden vervolgens in containers vervoerd naar het teeltbedrijf. Hier worden de wortels gesorteerd, in kuubskisten verpakt en in de koelcel opgeslagen bij een temperatuur van -1 °C. Daar worden ze regelmatig besproeid met water waardoor een ijslaagje om de wortels ontstaat. Hierdoor wordt voorkomen dat de wortels uitdrogen en gaan uitlopen.
Onder gecontroleerde klimaatomstandigheden en in het donker kunnen in ongeveer 3 weken de witlofkroppen uit de wortels groeien. Dit heet forceren. Als de witlofkroppen in de trekbakken rijp zijn, wordt de witlofkrop van de wortel afgebroken, de vuile buitenbladeren verwijdert en in de verschillende lengtes en kwaliteiten gesorteerd.