Doperwten

Rassen

  • Strolengte. Er zijn erwten met langstro (rijs- of klimerwten) en met kortstro. Erwten met langstro moeten aan gaas of rijshout geteeld worden. Blauwschokkers, maar ook doperwten met langstro zijn daar voorbeelden van. De kreukerwt Kelvedon Wonder heeft halflangstro.
  • Bladvorm. Er zijn rassen waarbij alle of een gedeelte van de bladeren omgevormd zijn tot ranken. Dit zijn de zogenaamde bladloze of semi-bladloze rassen. Doordat deze rassen een opener gewas geven treden er minder ziekten op.
  • Zaadvorm. Bij doperwten komen twee zaadtypen voor. Een type met in rijpe toestand ronde, gladde zaden en een type met gekreukte zaden. Dit komt door de verschillen in zetmeelsamenstelling. In gekreuktzadige erwten komt amylopectine en amylose voor en in de rondzadige alleen amylose. Hierdoor zijn de gekreuktzadige erwten smakelijker en zoeter. De gladde, rondzadige erwten zijn in op het moment van oogsten lichtgroen van kleur. Bij de kreukzadige erwten zijn er rassen met lichtgroene en rassen met donkergroene zaden. In Engeland en Zweden wordt de voorkeur gegeven aan de donkergroene kreukerwten (Marrowfat in het Engels).